Leestijd 7 minuten

Twee soorten kruiden, boterbloem en zuring, vallen bijzonder op na het weideseizoen omdat ze in veel regio’s zijn blijven staan met hun zaaddragende stengels.

De wat kleinere kandidaat is de boterbloem. Bijna overal ter wereld komen boterbloemgewassen (Ranunculaceae) voor. Alleen al in Europa heeft deze plantenfamilie 60 ondersoorten.

Ranonkelsoorten

Gebruikers van paardenweiden moeten ten minste twee ondersoorten kennen: de scherpe boterbloem en de kruipende boterbloem, omdat deze het meest voorkomen in onze weilanden.

Zowel de scherpe boterbloem als de kruipende boterbloem voelen zich helemaal thuis in onze paardenweiden. Als de twee naast elkaar staan, is de scherpe boterbloem wanneer hij volgroeid is ongeveer 1/3 groter dan zijn kleine broertje, die – zoals zijn naam al doet vermoeden – vrij laag groeit en over de weide “kruipt”.

De scherpe boterbloem stelt minder eisen aan de grond en de voorziening met voedingsstoffen. De bladeren zijn sterk en opvallend gekarteld en lijken op de klauw van een haan. Daarom is hij duidelijk te onderscheiden van de rondere bladvorm van de kruipende boterbloem.

Ranonkelsoorten bevatten het gif protoanemonine, dat huidirritatie kan veroorzaken. De gehaltes in de scherpe boterbloem moeten niet onderschat worden, terwijl ze in de kruipende boterbloem aanzienlijk lager worden gemeten.

Tijdens het droogproces, bv. na de hooioogst, ontbindt de protoanemonine binnen zes tot acht weken en verliest zo zijn toxiciteit. Daarom is boterbloem geen probleem op hooiland, omdat vers geoogst hooi 8-12 weken moet drogen voordat het gevoerd wordt.

Over het algemeen worden boterbloemen vermeden door paarden in de wei, dus vergiftiging is zeer onwaarschijnlijk. Maar het zijn planten die onze waardevolle grassen en gezonde kruiden in de weg staan.

Scherpe boterbloem links en kruipende boterbloem rechts

Scherpe boterbloem links en kruipende boterbloem rechts
© Helmut Muß

Zuringsoorten

Nog grotere ruimtevreters zijn de ridderzuring (Rumex obtusifolius) en de veldzuring (Rumex acetosa).

Over het algemeen behoren de meer dan 130 soorten zuring tot het uitgebreide duizendknoopgeslacht.

De schapenzuring behoort ook tot deze familie. In tegenstelling tot zijn 2 familieleden kan schapenzuring worden onderdrukt door de pH-waarde in de grond te verhogen. Daarom wordt hij ook beschouwd als een betrouwbare indicator voor te zure grond. Daarnaast vormt hij niet de bodembedekkende eigenschappen die zijn bovengenoemde familieleden tot probleemplanten maken.

De bladeren van de veldzuring en de ridderzuring ontnemen andere planten licht over grote oppervlakken. Er kunnen bijvoorbeeld wel 30 grasplanten staan op dezelfde plek waar maar één ridderzuring staat.

Bovendien worden er veel zaden geproduceerd. Het is echter niet alleen het enorme aantal zaden (ongeveer 7000), maar ook hun vermogen om te overleven dat ons voor een groot probleem stelt. Officieel wordt de kiemperiode opgegeven als 40 jaar. Uit ervaring kun je er echter van uitgaan dat enkele zaadjes zelfs nog langer actief zijn.

Zuring in de hand

De verschillende soorten zuring worden ook vaak “akkeronkruiden” genoemd. De zaden hebben tussendoor een periode van blootstelling nodig en ontkiemen daarom graag in velden, omdat deze regelmatig worden geoogst.
© Helmut Muß

Wat je tegen ongewenste soorten kunt doen

Wanneer de zaden op de grond vallen, moeten ze eerst bedekt worden met aarde om hun kiemkracht te behouden. In onze weilanden wordt dit gedaan door de hoeven van de paarden, die ze na regen in de zachte grond trappen. Om ze echt te laten ontkiemen, moeten ze weer worden blootgesteld aan licht, dus ze moeten nog een keer naar de oppervlakte worden gebracht en dan weer worden afgedekt voordat ze ontkiemen.

Daarom is het ook aan te raden om grondbewerking op weilanden en grasland te vermijden als dat mogelijk is. Dit kan slapende zuring wakker maken, net als andere kruiden die vergelijkbare omstandigheden nodig hebben om te ontkiemen. Hieronder vallen naast melde ook diverse andere duizendknoopsoorten. In veel gevallen nemen onze paarden ongevraagd het bewerken van de grond op zich, en zijn ze al verantwoordelijk voor het behoud van de zuring op hun weilanden.

Bovendien maak je het leven van zowel de zuring als de boterbloem veel moeilijker als je niet toestaat dat de paarden de weilanden tot op de grond leegvreten. Als de onderste 10 cm van het gras blijft staan, bereikt er minder licht de grond en kunnen ongewenste planten moeilijker ontkiemen. Dit is de reden waarom zuring en boterbloem bijzonder vaak voorkomen in weilanden die altijd overbegraasd zijn en waarom je het slechte weidebeheer nog jaren in een weiland kunt zien, zelfs als het al lang niet meer als weiland wordt gebruikt.

Alternatieve maatregelen om de verspreiding van boterbloemen en zuring te voorkomen

Naast chemische bestrijding zijn er een paar maatregelen die we kunnen nemen om de verspreiding van boterbloemen en zuring te voorkomen.

  • Om “bodembewerking” door de hoeven van de paarden tot een minimum te beperken, moeten we afzien van begrazing op vochtige bodems, omdat deze vaak letterlijk “omgeploegd” worden door de hoeven van de paarden. Bovendien is het zo dat hoe dichter de grasgroei is, hoe stabieler de graszode is en hoe kleiner de kans is dat deze wordt verscheurd tijdens een kleine sprint van de paarden.
  • Net als alle planten hebben boterbloemen en zuring licht nodig om te groeien. Hoe dichter de graszode is, hoe minder licht de grond bereikt, waardoor ongewenste zaden minder goed kunnen ontkiemen of jonge planten kunnen gedijen.
  • Als er plekken op een weide zijn die bijna volledig bedekt zijn met boterbloemen of zuring, is het aan te raden om de mulcher dieper te laten werken, d.w.z. dicht bij de grond, wanneer hij de begraasde weide mulcht. Dit vermindert hun concurrentievermogen ten opzichte van andere planten in de weide. Zuring en boterbloem moeten eerst weer opnieuw uitspruiten, en andere planten kunnen deze tijd gebruiken om ze te overwoekeren en hun licht weg te nemen.

Als de zomer droog is, zijn diepwortelende planten in het voordeel. Dit geldt niet zozeer voor de boterbloem, omdat deze maar ongeveer 50 cm diep wortelt, vergeleken met gras dat meestal 40-45 cm diep wortelt. Zuring komt echter pas echt tot zijn recht in droge omstandigheden, omdat de wortels tot 3 meter diep reiken.

Het dichten van gaten in de graszode moet daarom altijd deel uitmaken van het werkschema in de lente en de vroege herfst om ongewenste planten zo snel mogelijk van licht te beroven.

Herhaaldelijk zaaien met kleinere hoeveelheden zaad minimaliseert het risico. Als de zomer nat en onstabiel is, kunnen we de tijd in de zomer ook gebruiken om de gaten in onze graszode te sluiten.

Tot slot nog een tip: als je maar een paar zuringplanten in je weide hebt, trek ze dan met de hand uit voordat ze zaden produceren en verwijder ze uit de weide. De wortels zullen opnieuw uitlopen, maar je voorkomt dat ongeveer 7000 zaden de komende 40 jaar op de loer liggen.

Conclusie

Boterbloemen en zuringsoorten kunnen in toom worden gehouden met het juiste weidebeheer.

Gastauteur: Helmut Muß van “Die gute Pferdeweide

Meer over dit onderwerp: Weideonderhoud: De zon neemt wat wij haar geven

Helmut Muß